DAGELIJKSE

activiteiten

ELKE DAG EEN BEETJE ANDERS

DAGELIJKSE

activiteiten

ELKE DAG EEN BEETJE ANDERS

Ijsbergrekenen

Op zich is het ijsbergrekenen geen nieuwe didactiek. De didactiek sluit aan bij de leerplannen van elke koepel en is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten in effectief wiskundeonderwijs.

De didactiek zelf wordt gekenmerkt door vijftal didactische principes:

1. Het oplossen van authentieke en uitdagende problemen:

Het oplossen van problemen neemt centrale plaats in. We bieden de kinderen veelvuldig problemen aan waarbij ze hun wiskundige kennis, vaardigheden en attitudes op een creatieve manier kunnen toepassen.

2. Het begrijpen van wiskundige concepten en procedures:

Kinderen moeten voldoende kunnen verwoorden, handelen en noteren. Je hebt als leraar pas voldoende garantie dat de kinderen inzicht hebben in de leerstof als ze een wiskundige situatie kunnen uitleggen in hun eigen woorden, hun uitleg kunnen voorstellen met materiaal en deze kunnen noteren in wiskundetaal.

3. Het variëren als een vorm van herhaling:

Herhaling én variatie is effectiever dan het veelvuldig herhalen van dezelfde soort opgaven.

4. Het trapsgewijs vorderen van motorisch naar mentaal redeneren:

We bouwen inzichten en vaardigheden op vanuit het handelen met concrete materialen. In een volgende fase maken de concrete materialen plaats voor goed uitgekiende structuurmodellen. Deze structuurmodellen worden op hun beurt vervangen door schematische denkmodellen die dienen als laatse opstap naar het vlot maken van abstracte bewerkingen. Op die manier wordt het formele rekenen ondersteund door een stevige inzichtelijke basis. Ten slotte gaan de leerlingen de abtracte leerstof uitvoerig automatiseren en memoriseren.

5. Het spiraalsgewijs ordenen van leerstof in samenhangende modules:

Elk nieuw hoofdstuk borduurt voort op de geleerde kennis in de voorgaande modules. Op deze manier vormt de leerstof een samenhangend geheel en gebeurt de herhaling door steeds verder te bouwen op eerder geleerde kennis en vaardigheden.

Alle leerinhouden voor kinderen van de eerste kleuterklas tot en met het zesde leerjaar worden op de bovenstaande manier tot in de puntjes didactisch uitgewerkt.

LIST

LIST staat voor ‘Lezen IS Top’. Het is een wetenschappelijk onderbouwd project waarbij de focus niet ligt op leesmoeilijkheden, maar op motivatie. Het doel van het leesonderwijs is namelijk niet het aanleren van een techniek, maar het ontwikkelen van gemotiveerde lezers die hun leesvaardigheid gebruiken om te leren en om te lezen voor hun plezier.

De kern van LIST is dat kinderen boeken kiezen en lezen die passen bij hun eigen leeftijd.

Er zijn drie programma’s: voorbereidend lezen (kleuterklas), aanvankelijk lezen (eerste) en vloeiend lezen (de andere leerjaren).

Kleuterklassen

Bij het voorbereidend lezen wordt vanuit LIST gewerkt met een essentieel thema vanuit een prentenboek. Hieraan worden geletterde activiteiten gekoppeld. Onze kleuters komen in contact met boeken en letters op verschillende manieren. Met kleuters wordt in de derde kleuterklas op gebied van lezen gewerkt aan de mondelinge taalvaardigheid, de letterkennis, het fonologische en fonemisch bewustzijn (klanken en letters), de woordenschat en het begrijpend luisteren.

Eerste leerjaar

Een goede leesstart vormt het fundament voor het latere begrijpend lezen. Daarnaast is een goede leesvaardigheid belangrijk voor de schoolloopbaan van de leerlingen en het maatschappelijk functioneren van de individuen. In het eerste leerjaar wordt er op een specifieke wijze met taal (lezen en schrijven) omgegaan.

Lagere school

Tijdens het voortgezet lezen van het tweede tem het zesde leerjaar lezen leerlingen in zelfgekozen boeken. Afhankelijk van hun niveau lezen ze met een leerkracht, met een leeftijdsgenoot of lezen ze stil. Hierbij wordt groepsdoorbrekend gewerkt met RALFI-klassen (hardop ondersteund lezen), HOMMEL-klassen (duo-lezen) en STILLEES-klassen.

Drie keer per week start de leesles met een mini-leesles. Het doel van een mini-leesles is boekpromotie van verschillende genres, ontdekken van de structuur in fictie-boeken, voordoen hoe je informatieboeken kunt gebruiken en bovenal het vergroten van de leesmotivatie.  Na het lezen kom je terug op de leesvraag die tijdens de mini leesles gesteld is. Dit activeert alle leerlingen om na te denken over hun boek.

Leesplezier zorgt ervoor dat lezen in de basisschool niet ervaren wordt als een verplichting. Bij leerlingen willen we door middel van leesplezier komen tot leesbevordering.

Projecten

We werken met projecten om ervaringsgericht leren te bevorderen. We kiezen onze projecten zodanig dat ze motiverend en activerend werken. Hierbij leren kinderen alles over de wereld om hen heen en leggen ze verbanden tussen al wat ze leren.

De projecten worden geïnspireerd door mensen die vroeger en/of nu iets betekenen in de wereld; de projectidolen. We doen elk jaar minstens een project rond natuur, gezondheid, talenten, techniek en sociale vaardigheden, maar nog veel andere zaken komen aan bod. De leerinhouden van wetenschap en techniek , mensen en maatschappij, muzische vorming, leren leren, ICT en taal komen allemaal aan bod  via de projecten.

Uiteraard  wordt nieuwe leerstof  ook aangebracht via instructie, oefening en herhaling. Voor wiskunde en enkele domeinen van taal gebruiken we methodes.

Media

Onze school wil kinderen vormen tot weerbare en kritische jongeren, met een ruime blik gericht op de toekomst. In deze toekomst is media niet weg te denken. Deze nemen een belangrijke plaats in onze maatschappij en school en in informatiebronnen die we regelmatig raadplegen.

Nieuwe media bieden kansen om te leren, maar houden ook risico’s in. De beste manier om op beide in te spelen is kinderen media te leren kennen en te leren gebruiken als een dagelijks instrument in hun leven. Wij, als school, nemen de taak op ons om te ontwikkelen, ondersteunen en begeleiden.

De school biedt vanuit een positief-kritische houding kinderen de nodige middelen om mediawijs te functioneren in de huidige samenleven, met blik op de toekomst. We leren de kinderen doelmatig en kritisch gebruik te maken van (nieuwe) media. Hierbij gaan we samen op zoek naar de mogelijkheden en kansen van media, zonder daarbij het kind centraal uit het oog te verliezen.

We willen als school ook een voortrekker zijn in het omgaan met nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. Leerkrachten staan open voor recente ontwikkelen en werken mee aan een haalbare visie. Media is voor leerkrachten niet alleen een middel om te leren, maar beschouwen het ook als doel op zich.

Onze school kijkt naar een effectieve aanpak die alle leerlingen ondersteunt in deze ontwikkeling. We bouwen een beleid uit dat rekening houdt met diversiteit en (taal)achtergrond van iedere leerling.

Contractwerk

Op school werken we vanaf in de kleuterklas met contractwerk.  Een organisatievorm waarbij voor elke leerling/kleuter een activiteitenpakket (het contract) voor een bepaalde periode wordt vastgelegd.  De leerling/kleuter kan relatief zelfstandig over de duur en volgorde van taken verwerken, beslissen.

Waarom contractwerk:

  • Tempo- en niveaudifferentiatie
  • Stimuleren van initiatief nemen bij leerlingen
  • Bevorderen van zelfcorrectie en zelfsturing
  • Diagnose en remediëring van leermoeilijkheden
  • Zorgverbreding: individuele begeleiding of groepsinstructie mogelijk
  • Coöperatief leren bij kinderen bevorderen

Muzische vorming

Binnen muzische vorming beschouwen we zowel het proces als het product als zeer belangrijk binnen de muzische ontwikkeling van onze leerlingen.

We voorzien ruimte voor talenten en laten deze verder ontplooien; ook bij de leerkrachten.

Binnen de werking zorgen we voor leerplezier en de ontwikkeling van de muzische attitudes bij de leerlingen.

Muzische vorming is ook de wereld creatief verruimen en betekenis geven, communiceren en heeft een link met sociale vaardigheden.

We kiezen voor een aanpak in workshopsysteem van 2 lesuren waarin muzisch gewerkt wordt rond een bepaald domein (beeld, muziek, drama, beweging en media). Daarnaast wordt er 1 lestijd muzisch gewerkt gelinkt aan andere leergebieden.

Zorg

Dankzij onze grote inzet op didactische principes, doelgericht handelen, preventieve werking en taalvaardigheid streven wij ernaar om bij eider kind het maximaal leerpotentieel te bereiken. Elke kind is daarbij zelf het uitgangspunt  waarbij  een doordachte selectie van na te streven en te bereiken doelen sturend is.

De klasleerkracht is de spil van deze zorg. Hij of zij werkt dag in dag uit met kinderen, observeert en evalueert. Op basis daarvan worden hulpvragen gesignaleerd aan de zorgcoördinator. Op het zorgoverleg  gaan we dan samen op zoek naar interventies die de school, de klas of je kind kunnen helpen. In de eerste plaats zetten we sterk in op zorg binnen de klas door de klastitularis en/of zorg juf. Als dit nog onvoldoende blijkt; kan klas overschrijdende differentiatie, het vastleggen van bijzondere maatregelen of de inschakeling van externen zoals logo, revalidatiecentrum,… de nodige zorg bieden. Onze school werkt hiervoor nauw samen met het CLB. Ook zien wij  de ouders als volwaardige partners om constructief de zorg en onderwijskansen van leerling te vergroten.

Evaluaties

Onder ‘evalueren’ verstaan we het beschrijven en beoordelen van de leerprestaties en de vorderingen van uw kind. Het gaat daarbij niet alleen om kennis en vaardigheden, maar ook om gedragingen en houdingen als inzet, zelfstandigheid, initiatief, nauwkeurigheid, zorg en orde, sociaal gedrag, volledigheid, studiehouding, ‘leren leren’ …

De leerkracht verzamelt de nodige gegevens door te observeren en aan de hand van toetsen, individuele opdrachten, klasgesprekken.

In de derde graad leggen de leerlingen proeven af over grotere leerstofgehelen om zich voor te bereiden op het evaluatiesysteem van het secundair onderwijs.

Buitenschoolse activiteiten

Onze school organiseert jaarlijks een aantal activiteiten die tot doel hebben de leerstof op een levendige wijze aan te bieden. Het kan gaan om studie-uitstappen, stages, theater- of filmvoorstellingen, gezamenlijke bezoeken aan musea, enz. Het is de bedoeling om zo veel mogelijk kinderen aan de activiteit extra muros te laten deelnemen.